ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1848
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.A.T. Engbers
- P.W.G. de Beer
- P.P.C.M. Waarts
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke straf voor afpersing en poging afpersing met geweld
Op 15 juli 2011 hebben verdachte en twee medeverdachten het slachtoffer gedwongen geld af te geven door hem met geweld naar een woning te slepen, waar zij hem meerdere keren sloegen en schopten. Vervolgens werd het slachtoffer gedwongen te pinnen bij een geldautomaat, hetgeen niet lukte vanwege onvoldoende saldo.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte medepleegde aan afpersing en poging tot afpersing met geweld. De verdediging voerde onder meer aan dat het slachtoffer vrijwillig handelde en dat er geen sprake was van medeplegen, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 180 uur, mede vanwege de ernst van het feit en het geweld dat werd gebruikt. De oudheid van de zaak werd meegewogen bij de strafoplegging.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat sprake was van schending van het recht op een eerlijk proces en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk. De straf weerspiegelt de ernst van de laffe daad van drie tegen één waarbij het slachtoffer gewond en financieel benadeeld werd achtergelaten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een werkstraf van 180 uur wegens afpersing en poging afpersing met geweld.