ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0808
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over schending garanties bij bedrijfsovername en toepassing vervalbeding
De zaak betreft een geschil tussen twee besloten vennootschappen over de schending van garanties in een koopovereenkomst van aandelen in een kopieerapparatuurbedrijf. Eiser vordert schadevergoeding wegens vermeende inbreuken op balans- en resultatenrekeninggaranties, terwijl gedaagde zich beroept op een contractueel vervalbeding en uitsluiting van aansprakelijkheid bij bekendheid van koper met de gebreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het vervalbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat gedaagde al bekend was met de aanspraken van eiser bij de bespreking in december 2010. Verder worden diverse posten met vermeende schendingen van garanties inhoudelijk beoordeeld, waarbij sommige vorderingen worden toegewezen, andere afgewezen, en bewijsopdrachten worden gegeven om onduidelijkheden te verhelderen.
Ook wordt ingegaan op de vraag of eiser bij het sluiten van de overeenkomst bekend was met bepaalde risico's, waarbij de rechtbank een objectieve maatstaf hanteert en oordeelt dat exoneratieclausules in dit kader niet onredelijk zijn. Tot slot wordt de bevoegdheid tot verrekening en opzegging van geldleningen besproken, waarbij geen belang wordt toegekend aan verklaringen voor recht omdat geen daadwerkelijke opzeggingen of verrekeningen zijn gedaan.
De rechtbank verwijst de zaak naar een comparitie voor bewijslevering en nadere behandeling en houdt verdere beslissing aan. Het vonnis is gewezen door mr. J.W. Frieling en op 24 april 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep op het vervalbeding wordt verworpen en diverse vorderingen worden toegewezen met bewijsopdrachten en verdere behandeling aangehouden.