ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9980
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling psychiater voor ontucht met patiënt in gezondheidszorg
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 mei 2013 uitspraak gedaan in de zaak tegen een psychiater die tussen 2005 en 2007 seksuele handelingen verrichtte met een patiënt die zich aan zijn zorg had toevertrouwd. De verdachte had met de patiënt geslachtsgemeenschap, haar gekust, betast en getongzoend, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en het slachtoffer, ondanks dat de seksuele handelingen vrijwillig plaatsvonden. De arts-patiëntrelatie speelde een onmiskenbare rol, waardoor het handelen van de verdachte kwalificeerde als ontucht in de zin van artikel 249, tweede lid, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte had zich niet gerealiseerd dat zijn gedrag strafbaar was en dacht dat hij privé en therapeutisch contact kon scheiden. De rechtbank achtte dit niet relevant en veroordeelde hem tot een werkstraf van 150 uur met een proeftijd van twee jaar. Daarbij werd meegewogen dat verdachte reeds tuchtrechtelijk en civielrechtelijk was gestraft en uit het BIG-register was geschrapt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten en legde geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op. Het vonnis werd gewezen door mr. L.G. Wijma, mr. A. van Holten en mr. C.W. Couperus-Van Kooten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur met een proeftijd van twee jaar wegens ontucht met een patiënt.