ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9711
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- L.M.G. de Weerd
- P.P.C.M. Waarts
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak afpersing, medeplichtigheid en witwassen wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van afpersing en/of afdreiging, medeplichtigheid daaraan, en witwassen in de periode van februari tot november 2010. De tenlastelegging betrof onder meer het dwingen van de benadeelde tot afgifte van geldbedragen door middel van bedreiging met geweld en smaad.
Tijdens de terechtzittingen op 16 augustus 2012 en 26 april 2013 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de afpersingsfeiten en stelde dat het witwassen wettig en overtuigend bewezen was. De verdediging betwistte dit.
De rechtbank oordeelde dat het primair en subsidiair ten laste gelegde feit van afpersing en afdreiging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Ook voor het meer-subsidiair ten laste gelegde feit van witwassen ontbrak de overtuiging dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de geldbedragen afkomstig waren uit een misdrijf.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat verdachte van de feiten is vrijgesproken. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en bepaalde dat de civiele vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van afpersing, medeplichtigheid en witwassen wegens onvoldoende bewijs.