ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ8149
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging alimentatietermijn na twaalf jaar
Partijen zijn in 1971 gehuwd en in 2000 gescheiden waarbij aan de vrouw alimentatie werd toegekend. De alimentatieplicht eindigde per 1 augustus 2012 na het verstrijken van de wettelijke termijn van twaalf jaar. De vrouw verzocht om verlenging van de alimentatietermijn tot april 2014, stellende dat de beëindiging van de alimentatie ingrijpend was en onredelijk volgens maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de inkomensachteruitgang van de vrouw aanzienlijk was, zij onvoldoende bijzondere omstandigheden had gesteld die verlenging rechtvaardigen. De vrouw had onvoldoende toegelicht welke inspanningen zij had verricht om financieel zelfstandig te worden. De man voerde verweer en stelde voorwaardelijk dat bij toewijzing de alimentatie op nihil zou moeten worden gesteld.
De rechtbank concludeerde dat het beëindigen van de alimentatieplicht na twaalf jaar een in principe definitief karakter heeft en dat de uitzonderingsmogelijkheid tot verlenging een zwaarwegende stelplicht en bewijslast bij de alimentatiegerechtigde vereist. Het verzoek werd afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de alimentatietermijn wordt afgewezen wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden en onvoldoende stelplicht van de vrouw.