ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ6295
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft een verzoek van het Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg (LdH) tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer [verweerder], die sinds november 2009 arbeidsongeschikt is. LdH stelt dat langdurige arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van een realistisch perspectief op werkhervatting binnen 26 weken een ontbinding rechtvaardigen.
De rechtbank constateert dat beide partijen al vroeg in het ziekteproces erkenden dat terugkeer in de eigen functie niet mogelijk was, waarna de focus lag op re-integratie buiten LdH. De werkgever schakelde diverse loopbaan- en outplacementbureaus in, maar richtte zich niet op re-integratie binnen andere werkeenheden van LdH. De werknemer ervoer beperkingen die sollicitatieactiviteiten bemoeilijkten, en de begeleiding vanuit LdH was onvoldoende actief en bemiddelend.
Hoewel het UWV een loonsanctie oplegde wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, heeft LdH pas laat en beperkt pogingen ondernomen om re-integratie binnen LdH te realiseren. De rechtbank oordeelt dat LdH niet heeft aangetoond dat passend werk binnen de organisatie niet beschikbaar is of dat het onmogelijk is dit binnen redelijke termijn te benutten.
Daarom wordt het verzoek tot ontbinding afgewezen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een actieve, gezamenlijke re-integratie-inspanning van werkgever en werknemer, ook binnen de eigen organisatie.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever.