ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5851
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verlenging terbeschikkingstelling met verpleging
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 maart 2013 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van de terbeschikkinggestelde. De zaak betrof een man geboren in 1967 met een diagnose schizofrenie paranoïde type en middelenmisbruik.
Deskundigen concludeerden dat de terbeschikkinggestelde een stabielere indruk maakt dan voorheen, met een laag risico op gewelddadig gedrag op korte, middellange en lange termijn. Het reclasseringsadvies en psychiatrisch rapport adviseerden beëindiging van de TBS, onder voorwaarde van een voorwaardelijke machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis als vangnet.
De officier van justitie wijzigde haar standpunt en vond dat de TBS met dwangverpleging kon worden beëindigd. De verdediging stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de reeds verleende voorwaardelijke machtiging voldoende waarborgen biedt voor de veiligheid van anderen na beëindiging van de TBS.
Op basis hiervan wees de rechtbank de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af, waarbij zij zich baseerde op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af vanwege voldoende waarborgen voor veiligheid na beëindiging.