ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ4883
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor twee woongebouwen wegens onvoldoende motivering belangenafweging
Eiseres, een ontwikkelingsmaatschappij, diende in 2009 een aanvraag in voor een bouwvergunning voor twee woongebouwen met een deels ondergrondse stallinggarage op een perceel in Utrecht. Na langdurige overleggen verleende het college in 2011 een bouwvergunning met binnenplanse ontheffingen, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan. Derde-partijen maakten bezwaar, waarop het college in 2012 het primaire besluit herroept en de vergunning weigert.
De rechtbank oordeelt dat het college bij de heroverweging onvoldoende en onduidelijk heeft gemotiveerd waarom het nu afwijkt van het eerdere positieve standpunt, met name ten aanzien van de bouwhoogte van het achterhuis. De belangenafweging en motivering zijn ontoereikend en in strijd met de artikelen 3:4 en 7:12 Awb.
Eiseres betoogt dat het college door het intensieve voortraject en eerdere vergunningverlening een gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt, maar de rechtbank wijst dit beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan en de vergunning niet onherroepelijk was.
De rechtbank geeft het college een termijn van vier weken om het motiveringsgebrek te herstellen en houdt verdere beslissingen aan. De procedure wordt geschorst totdat het college het besluit adequaat motiveert, waarna partijen kunnen reageren. De uitspraak is een tussenuitspraak en staat nog geen hoger beroep tegen open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering en het college krijgt vier weken om het besluit te herstellen.