ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ4772
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Perrick
- J.P.W. Helmonds
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijk aanwezig hebben van hasjiesj
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 26 kilogram hasjiesj te Vinkeveen op 29 november 2012. Verdachte werd aangehouden en in verzekering gesteld op basis van verdenkingen, mede versterkt doordat hij geen uitleg wilde geven over bepaalde feiten en omstandigheden die vragen opriepen.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte in de nabijheid was van een auto waarin hasjiesj werd aangetroffen, evenals een telefoon die contact had met de telefoon in de auto van verdachte. Ondanks deze aanwijzingen kon de rechtbank niet vaststellen dat de hasjiesj zich binnen de machtssfeer van verdachte bevond, noch dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking met de medeverdachte.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de medeverdachte onvoldoende betrouwbaar waren en dat er geen bewijs was voor samenwerking. De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was om de tenlastelegging te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Daarnaast gelastte de rechtbank de teruggave van een in beslag genomen geldbedrag van €223,13 aan verdachte, aangezien dit bedrag niet vatbaar was voor verbeurdverklaring. Mr. M.H.L. Schoenmakers kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij opzettelijk hasjiesj aanwezig had.