ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ4550
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep en proceskostenvergoeding in WW-uitkeringszaak
Eiser had beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin een terugvordering van onverschuldigde WW-uitkeringen werd vastgesteld. Na meerdere besluiten werd het terug te vorderen bedrag aanzienlijk verlaagd tot €3.305,20, waarna eiser zijn beroep niet introk maar geen belang meer had bij inhoudelijke behandeling van eerdere besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Eiser had tevens proceskosten gevorderd van ruim €12.700 vanwege rechtsbijstand, maar de rechtbank oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren die een hogere vergoeding dan het forfaitaire bedrag rechtvaardigden. De vergoeding werd vastgesteld op €708, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €41. De rechtbank benadrukte dat op grond van vaste jurisprudentie een proceskostenvergoeding uitsluitend op grond van het forfaitaire regime kan worden toegekend en dat de besluitvorming door het UWV geen uitzonderlijke omstandigheden opleverde.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 8 maart 2013 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van €708 proceskosten en €41 griffierecht aan eiser.