ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ3552
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- A.P. de Jong-de Goede
- J.W.F. Houthoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs onrechtmatige concurrentie ex-werknemer
Eiseressen, twee besloten vennootschappen actief in de handel van wortelen, vorderen een verbod tegen gedaagden, waaronder een ex-werknemer en zijn ondernemingen, wegens onrechtmatige concurrentie. De ex-werknemer had eerst een arbeidsovereenkomst met eiseres, later een managementovereenkomst via zijn vennootschap. Na beëindiging hiervan startte hij een concurrerende onderneming.
Eiseressen stelden dat gedaagden vertrouwelijke informatie en persoonlijke goodwill misbruikten om klanten weg te kapen en onder de prijs aan te bieden. Zij brachten verklaringen en producties in, waaronder een verklaring van een relatie die contacten en aanbiedingen bevestigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat zonder relatie- of concurrentiebeding een ex-werknemer in beginsel vrij is om te concurreren. Onrechtmatige concurrentie vergt stelselmatig en substantieel afbreken van het duurzame debiet met vertrouwelijke hulpmiddelen. Dit was onvoldoende aannemelijk gemaakt. Contacten met klanten zijn niet ongebruikelijk in een kleine branche, en het gebruik van hetzelfde computerprogramma was legaal.
De vorderingen werden afgewezen en eiseressen werden veroordeeld in de proceskosten. De rechter benadrukte dat de vrijheid van mededinging voorop staat en dat eiseressen onvoldoende bewijs leverden om onrechtmatigheid aan te tonen.
Uitkomst: De vorderingen wegens onrechtmatige concurrentie worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid.