ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ3439
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvlechting samenwerking kerkgenootschap en vastgoedvennootschappen met afwijzing vernietiging ontslag bestuurder
Deze civiele procedure betreft een geschil tussen de Nieuw Apostolische Kerk in Nederland (NAK), haar vastgoedvennootschappen en een bestuurder die tevens aandeelhouder is van betrokken BV's. De kern van het geschil betreft de ontvlechting van de samenwerking tussen de kerk en de vastgoedondernemingen, het ontslag van de bestuurder en de geldigheid van diverse overeenkomsten en leningen.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurder op of omstreeks 25 mei 2009 heeft medegedeeld zijn werkzaamheden en daarmee de samenwerking met de kerk te beëindigen. Dit wordt door de rechtbank als een opzegging van de vaststellingsovereenkomst beschouwd, waardoor de bestuurder geacht wordt zelf ontslag te hebben genomen. Hierdoor ontbreken de gronden voor vernietiging van de ontslagbesluiten en andere vorderingen van de bestuurder.
Verder oordeelt de rechtbank dat de gevorderde betalingen op basis van een overeenkomst tussen NVO en WZM niet toewijsbaar zijn, omdat de vereiste voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht ontbrak. Betalingen die op die overeenkomst zijn verricht, moeten worden terugbetaald. De vorderingen tot schadevergoeding wegens onbehoorlijk bestuur en onrechtmatig handelen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank wijst ook de vorderingen van de vennootschappen WZM en [bedrijf 1] af wegens het ontbreken van rechtsgrond voor onbetaald gelaten facturen, mede omdat deze vallen onder de vaststellingsovereenkomst die door opzegging is beëindigd. De proceskosten worden verdeeld, waarbij de bestuurder en NAK c.s. ieder deels in het ongelijk zijn gesteld.
Tot slot worden de conservatoire beslagen opgeheven, omdat deze onrechtmatig zijn gelegd zonder geldige rechtsgrond. De rechtbank concludeert dat de samenwerkingsovereenkomst is beëindigd door opzegging van de bestuurder, met alle daaruit voortvloeiende gevolgen.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van het ontslag van de bestuurder wordt afgewezen en de samenwerkingsovereenkomst is door opzegging beëindigd.