ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1125
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- E.A. Messer
- L.M.G. de Weerd
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke jeugddetentie wegens drugsbezit met reclasseringstoezicht
Op 11 juni en 10 augustus 2012 werden bij verdachte in Amersfoort verschillende hoeveelheden drugs aangetroffen, waaronder cocaïne en hennep. Verdachte erkende het opzettelijk bezit van deze middelen. De verdediging voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was, maar de rechtbank oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was en het bewijs toelaatbaar.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan. Verdachte had aanzienlijke hoeveelheden hennep en cocaïne bij zich, wat strafbaar is volgens de Opiumwet. De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen en een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat wees op een hoog recidiverisico en risicofactoren bij verdachte.
De officier van justitie eiste twee weken onvoorwaardelijke jeugddetentie en een geheel voorwaardelijke werkstraf van 50 uur. De rechtbank vond een werkstraf onvoldoende afschrikwekkend en legde een jeugddetentie van vijf weken op, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. Deze straf moet verdachte afschrikken en begeleiden om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf weken jeugddetentie, waarvan drie weken voorwaardelijk met reclasseringstoezicht.