ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1056
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van bezwaar en beroep tegen last onder dwangsom en invordering
De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure tussen een Belgische vennootschap en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht over handhavingsbesluiten met betrekking tot achterstallig onderhoud en illegale kamerverhuur. De kern van het geschil betreft de tijdigheid van ingediende bezwaarschriften en de invordering van een dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift van eiseres te laat is ontvangen en daardoor niet-ontvankelijk is verklaard. Desondanks is het beroep tegen het besluit op bezwaar gegrond verklaard omdat verweerder niet heeft beslist op het van rechtswege ontstane bezwaar tegen de invordering van de dwangsom. De rechtbank vernietigt het besluit van 31 mei 2011 voor zover verweerder niet heeft beslist op dit bezwaar.
De rechtbank stelt vast dat de dwangsom terecht is verbeurd en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van invordering af te zien. Daarom verklaart zij het bezwaar tegen de invordering ongegrond en treedt haar uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 31 mei 2011 wordt vernietigd voor zover verweerder niet heeft beslist op het bezwaar tegen de invordering van de dwangsom.