ECLI:NL:RBMNE:2013:BY8975
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens indiening na beslissing eerdere wraking
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de wrakingskamer die het eerdere wrakingsverzoek van verzoeker tegen de behandelend rechter in de hoofdprocedure hadden behandeld. Dit verzoek werd ingediend nadat op het eerdere wrakingsverzoek reeds was beslist. De rechtbank oordeelde dat de wet niet voorziet in wraking na het wijzen van een einduitspraak in de wrakingsprocedure en verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk.
Verzoeker stelde dat de gewraakte rechters onpartijdig waren omdat zij een onjuiste beslissing van de behandelend rechter niet hadden rechtgezet. De rechtbank merkte op dat een rechterlijke beslissing niet ongeldig wordt door het ontbreken van medeondertekening door een verhinderd lid en dat de schijn van partijdigheid onvoldoende was om het wrakingsverzoek alsnog te honoreren.
De rechtbank benadrukte dat het beginsel van hoor en wederhoor zich verzet tegen vertrouwelijkheid van stukken waardoor de rechter deze niet kon betrekken. Verzoeker had dit kunnen voorkomen door de vertrouwelijkheid op te heffen. De rechtbank wees erop dat het wrakingsmiddel niet dient om procedurele onvrede te corrigeren en dat voortzetting van de hoofdprocedure in het belang van verzoeker is.
Ten slotte bepaalde de rechtbank dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling zal worden genomen om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2013.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens indiening na beslissing eerdere wraking; volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen.