Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- de heer[F] (hierna te noemen:[F]): periode 25 september 2008-19 december 2008;
- de heer [G]: periode 19 december 2008-24 december 2008;
- de heer [C]: periode 24 december 2008-20 juni 2008.
“Ons nieuwe rekeningnummer is [rekeningnummer 13] tnv.[bedrijf 25]”. De brief is ondertekend door [naam 2] en daaronder is het telefoonnummer [telefoonnummer 1] vermeld. [136]
“Telefonisch kon ik (…) [medeverdachte 1] ook niet meer bereiken, ik geef u de nummers: [telefoonnummer 2]. [150]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
,levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 2 (parketnummer 16/994014-11) bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 279.813,87 (tweehonderdnegenenzeventigduizendachthonderddertien euro en zevenentachtig eurocent) aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 39.669,84 met ingang van 17 april 2009 en over € 240.144,03 met ingang van 6 mei 2009. Verder zullen ook de gevorderde kosten voor rechtsbijstand van € 7.500,00 worden toegewezen. Uit de toelichting van [benadeelde 2] op dit onderdeel van haar vordering blijkt dat deze kosten zijn gemaakt in verband met het leggen van conservatoir beslag en het voeren van een procedure in 2009 tegen [bedrijf 2]. Deze kosten heeft[benadeelde 2] dus moeten maken als een rechtstreeks gevolg van het onrechtmatig handelen van [verdachte], [medeverdachte 1] en[medeverdachte 2](te weten de oplichting). Kennelijk heeft [verdachte] dit ook aldus begrepen, omdat hij tegen de vordering van[benadeelde 2] geen verweer heeft gevoerd. Over dit deel van de vordering is overigens geen rente gevorderd door [benadeelde 2].
,levert ten aanzien van het gevorderde schadebedrag van € 283.824,84 (het totaalbedrag dat is doorgestort naar [bedrijf 1]) niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 2, OPV-0, bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. Het gevorderde bedrag van € 283.824,84 kan dus worden toegewezen. Verder zullen ook de gevorderde kosten van € 13.870,42 worden toegewezen. Uit de toelichting van Ikea op dit onderdeel van haar vordering en de bijlagen daarbij blijkt dat deze kosten betrekking hebben op (met name) in 2011 gemaakte advocatenkosten en betaalde verschotten. Deze kosten heeft Ikea moeten maken als een rechtstreeks gevolg van het onrechtmatig handelen van[verdachte] (te weten de oplichting). Over de vordering is overigens geen rente gevorderd door Ikea. Dit alles betekent dat de rechtbank de schade waardeert op een totaalbedrag van € 297.695,26 (zegge: tweehonderdzevenennegentigduizendzeshonderdvijfennegentig euro en zesentwintig eurocent).
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
28 maanden.