ECLI:NL:RBMNE:2013:4841
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van hennepteelt en -bewerking in Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 6 september 2013 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die samen met anderen hennep heeft geteeld, bewerkt en verwerkt in een professionele hennepkwekerij te Utrecht. De tenlastelegging betrof het handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet in de periode van 1 juli 2010 tot en met 30 mei 2011.
Verdachte heeft de feiten bekend en de rechtbank achtte de bewijsmiddelen, waaronder processen-verbaal van bevindingen en een bekennende verklaring, voldoende om het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Het handelen van verdachte bestond uit het knippen van hennepplanten in een kwekerij met ruim 1400 planten, wat een aanzienlijk aandeel in de handel in softdrugs vertegenwoordigt.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de professionele aard van de kwekerij, de financiële belangen en de maatschappelijke gevolgen van drugshandel. Gezien het ontbreken van eerdere veroordelingen en de medewerking van verdachte werd afgezien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De opgelegde straf bestaat uit een taakstraf van 100 uren met een vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-naleving, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis dubbel wordt gerekend.
De rechtbank verklaarde het bewezen geachte strafbaar en veroordeelde verdachte overeenkomstig. De strafoplegging weerspiegelt de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met inachtneming van de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren met vervangende hechtenis van 50 dagen wegens medeplegen van hennepteelt en -bewerking.