Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 januari 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 27 mei 2013
- de brief van mr. Linker, advocaat van [eiseres], van 11 juni 2013, naar aanleiding van voormeld proces-verbaal.
2.De feiten
3.Het geschil
€ 149.719,56, vermeerderd met rente en kosten.
4.De beoordeling
5.De beslissing
24 juli 2013voor het nemen van een akte door [eiseres] over hetgeen is vermeld onder 4.2 en 4.6, en een akte van [gedaagden sub 3 en sub 4 c.s.] over hetgeen is vermeld onder 4.6, 4.7 en 4.11, waarna, op de rol van twee weken daarna, partijen op elkaars aktes mogen reageren uitsluitend betreffende elkaars uitlatingen over hetgeen is vermeld onder 4.6 (in hun conclusies na deskundigenbericht zullen zij nog op de overige uitlatingen/gegevens mogen reageren),