Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
wonende te [woonplaats] [adres].
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 18 juli 2013 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van diefstal uit een winkel- en bedrijfspand te Luttelgeest op 8 maart 2013. Verdachte zou samen met anderen de toegang tot de panden hebben verschaft door braak en vervolgens goederen zoals een fotocamera en laptop hebben weggenomen.
Tijdens de terechtzitting, waarbij verdachte niet persoonlijk aanwezig was maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat, werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging. De verdediging voerde aan dat de politie grove fouten had gemaakt, waaronder onjuiste proces-verbaalgegevens over een schoenspoor en het te laat aanleveren van een ontlastend proces-verbaal.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er ernstige inbreuken waren op de procesorde, er geen sprake was van doelbewust of grove veronachtzaming die tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Het bewijs bestond voornamelijk uit aangiften en de tenlastelegging, maar er was onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de feiten bewezen te verklaren.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstalfeiten wegens onvoldoende wettig bewijs.