UTB Industry B.V. en [gedaagde] sloten een koopovereenkomst voor een extruder inclusief bepaalde appendages. UTB stelde dat ook een turbodroger en een classificeerzeef onderdeel waren van de koop, terwijl [gedaagde] betwistte dat deze apparaten waren inbegrepen, omdat zij op de eerste verdieping stonden en niet meegeleverd zouden worden.
De rechtbank stelde vast dat partijen het eens zijn over het bestaan van de overeenkomst en het toepasselijke recht, maar verschillen van mening over de inhoud. Uit de correspondentie en de overeenkomst bleek dat de turbodroger en classificeerzeef expliciet genoemd waren en voor UTB essentieel waren om de extruder als compleet te beschouwen. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] niet mocht vertrouwen op de interpretatie dat deze apparaten niet waren inbegrepen.
Verder wees de rechtbank het beroep op wederzijdse dwaling af, omdat UTB niet is uitgegaan van de plaats van de apparaten als bepalend voor de koop. Ook de vordering tot onverschuldigde levering werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. [gedaagde] werd veroordeeld tot levering van de turbodroger en classificeerzeef binnen 21 dagen, met een dwangsom en veroordeling in de proceskosten.