Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2013:2626

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2013
Publicatiedatum
4 juli 2013
Zaaknummer
2030606 UV EXPL 13-178
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • G.V.M. Veldhoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot werkhervatting vakbondsbestuurder na non-actiefstelling

In deze kort geding procedure vordert een vakbondsbestuurder dat de vakbond Abvakabo hem binnen twee dagen na betekening van het vonnis toelaat tot het verrichten van zijn arbeid, onder verbeurte van een dwangsom. De bestuurder was sinds 3 april 2013 op non-actief gesteld en op 11 april 2013 geschorst, terwijl de ontbindingsprocedure van zijn arbeidsovereenkomst aanhangig was.

De kantonrechter overweegt dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2013 zal worden ontbonden wegens een verstoring van de arbeidsverhouding en het ontbreken van de noodzakelijke vertrouwensbasis voor de functie van vakbondsbestuurder. Gezien deze omstandigheden en de belangenafweging bestaat er geen grond voor een spoedvoorziening om werkhervatting te gelasten.

De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De vordering wordt afgewezen en het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2013.

Uitkomst: De vordering tot toelating tot het verrichten van arbeid wordt afgewezen wegens het ontbreken van een noodzakelijke vertrouwensbasis en spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 2030606 UV EXPL 13-178 LH 4059
Kort geding vonnis van 2 juli 2013
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats],
verder ook te noemen [eiser],
eisende partij,
gemachtigde: W.D. Elfferich,
tegen:
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
Abvakabo FNV,
gevestigd te Zoetermeer,
verder ook te noemen Abvakabo,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. D.C. Coppens.

1.Het verloop van de procedure

[eiser] heeft Abvakabo in kort geding doen dagvaarden.
De zitting heeft plaats gevonden op 18 juni 2013, tegelijk met de mondelinge behandeling van het door Abvakabo ingediende verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiser]. De ontbindingsprocedure is bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer 2027319 UE VERZ 13-329. Voorafgaand aan de zitting heeft Abvakabo nog nadere stukken toegezonden. Ter zitting hebben partijen en hun gemachtigden het woord gevoerd, mr. Coppens mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.
Daarna is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser], geboren op [1979], is sinds 4 mei 2009 in dienst van Abvakabo, laatstelijk in de functie van vakbondsbestuurder tegen een bruto loon van € 4.622,-- per maand (exclusief 8,33% vakantiebijslag en overige emolumenten). Sinds 28 februari 2012 is [eiser] lid van de ondernemingsraad van Abvakabo.
2.2.
Abvakabo is de FNV-bond voor de publieke sector. De werkorganisatie van de vakbond, waarvan ook de vakbondsbestuurders deel uitmaken, staat onder leiding van de heer [A] (directeur).
2.3.
Nadat vanaf begin februari 2013 tussen partijen onderhandelingen waren gevoerd over een beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden en was gebleken dat partijen hierover met elkaar geen overeenstemming konden bereiken, heeft Abvakabo op 2 april 2013 besloten bij de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen en om [eiser] met ingang van 3 april 2013 vrij te stellen van zijn werkzaamheden als vakbondsbestuurder. Bij brief van 2 april 2013 heeft de heer [A] dit aan [eiser] meegedeeld. Het loon is aan [eiser] doorbetaald.
2.4.
Op 11 april 2013 heeft de heer [A], die [eiser] die dag tegenkwam op het regiokantoor te Utrecht, aan hem de maatregel van schorsing opgelegd. [eiser] was die dag op kantoor in verband met een OR-vergadering. Bij brief van 15 april 2013 heeft [A] aan de ondernemingsraad toegezegd dat [eiser] zijn OR-werkzaamheden kon blijven verrichten.

3.De vordering en het daartegen gevoerde verweer

3.1.
[eiser] vordert in dit kort geding dat Abvakabo, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, wordt veroordeeld om hem binnen twee dagen na betekening van dat vonnis toe te laten tot het verrichten van zijn arbeid, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- voor elke dag dat Abvakabo hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 250.000,-- aan totaal te verbeuren dwangsommen, met veroordeling van Abvakabo in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Abvakabo geen geldige reden heeft om hem sinds 3 april 2013 op non-actief te stellen en dat ook voor de schorsing per 11 april 2013 geen grondslag bestaat. Hem is daarom ten onrechte de toegang tot zijn werk ontzegd. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij werkhervatting. Daaraan staat ook niets in de weg.
3.3.
Abvakabo betwist de vordering, alsook het spoedeisend belang dat [eiser] daarbij stelt te hebben. De op non-actiefstelling en schorsing zijn ordemaatregelen die Abvakabo in afwachting van de uitkomst van de ontbindingsprocedure heeft moeten en kunnen treffen, omdat de positie van [eiser] als vakbondsbestuurder binnen de vakbond onmogelijk was geworden. Zijn activiteiten als OR-lid heeft [eiser] kunnen blijven verrichten.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
De vordering wordt afgewezen. Uit de tegelijk met het wijzen van dit vonnis gegeven beschikking in de ontbindingsprocedure volgt dat de arbeidsovereenkomst van partijen met ingang van 1 augustus 2013 wordt ontbonden wegens gewichtige redenen, bestaande in een verstoring van de arbeidsverhouding van partijen. Op de in de beschikking uiteengezette gronden is de voor de uitoefening door [eiser] van zijn functie van vakbondsbestuurder noodzakelijke vertrouwensbasis komen te ontbreken. Dit brengt mee dat, bij afweging van de over en weer betrokken belangen van partijen, geen grond bestaat voor het treffen van een spoedvoorziening, zoals door [eiser] gevorderd.
4.2.
Gezien de aard van het geschil in dit kort geding, dat samenhangt met dat in de ontbindingsprocedure, worden de proceskosten gecompenseerd.

5.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
compenseert de proceskosten, in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.V.M. Veldhoen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2013.