Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
- dat veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens het Bureau Jeugdzorg (maatregel Hulp en Steun), ook indien dit inhoudt Intensieve Traject Begeleiding (hierna: ITB) Plus voor de duur van een jaar en behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;
- dat veroordeelde haar medewerking moet verlenen aan Elektronisch Toezicht (hierna: ET) voor de duur van vier maanden;
- dat veroordeelde haar medewerking moet verlenen aan individuele behandeling ten behoeve van agressieregulatie en het ontwikkelen van copingvaardigheden en impulscontrole, ook als dit inhoudt dat de behandeling van Lijn5 moet worden overgedragen aan een instelling voor forensische psychiatrie als Wier; en
- dat veroordeelde haar medewerking moet verlenen aan intensieve gezinsbehandeling.
1.De inhoud van de vordering
2.De procesgang
- voormeld vonnis;
- een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan de veroordeelde per post is toegezonden;
- een terugmeldingsbrief van Bureau Jeugdzorg te Utrecht d.d. 31 mei 2013, waaruit blijkt dat veroordeelde zich niet kan staande houden in een vrije setting, voor Bureau Jeugdzorg onvindbaar is en de uitvoering van de maatregel Hulp en Steun en de overige daarbij behorende bijzondere voorwaarden niet haalbaar is;
- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 3 juni 2013 waarin zij akkoord gaat met de terugmelding;
- voormelde vordering.