De zaak betreft een civiele procedure tussen eiseres en de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) over onrechtmatige besluiten en schadevergoeding. Eiseres betwistte indicatiebesluiten van CIZ uit 2003 en 2004, die na bezwaar en beroep door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) werden vernietigd en herroepen. Eiseres vordert vergoeding van tekorten aan persoonsgebonden budgetten (PGB's) en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank stelt vast dat CIZ onrechtmatig heeft gehandeld omdat haar besluiten zijn vernietigd. CIZ betwist aansprakelijkheid voor schade aan PGB’s omdat betaling door het Zorgkantoor zou volgen, maar eiseres heeft dit niet adequaat nagestreefd. De rechtbank geeft eiseres gelegenheid om zich hierover uit te laten. Verder oordeelt de rechtbank dat er sprake is van schending van de redelijke termijn door CIZ bij de bezwaarprocedure tegen het eerste indicatiebesluit, maar niet voor de rechterlijke procedures waar de CRvB verantwoordelijk is.
De rechtbank wijst vergoeding toe voor de kosten van de schadestaatdeskundige en zal de schade wegens termijnoverschrijding nader begroten volgens een CRvB-tarief. Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De procedure wordt aangehouden voor nadere stukken en een antwoord van CIZ, met een aanbeveling tot minnelijke regeling.