ECLI:NL:RBMID:2012:BY8444
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting en ontvankelijkheid bezwaar
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto zonder geldig parkeerkaartje werd aangetroffen. Het bezwaar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank oordeelde echter dat de gemeente Middelburg de volledige rechtsmiddelenverwijzing in het Engels had moeten vertalen, wat niet was gebeurd, waardoor onduidelijkheid over de termijn ontstond. Hierdoor was het bezwaar terecht ontvankelijk verklaard.
De rechtbank behandelde de zaak inhoudelijk omdat partijen dat wensten. Belanghebbende stelde dat zij een nieuw parkeerkaartje had gekocht en dat een parkeerwachter had bevestigd dat de naheffingsaanslag onterecht was. Zij kon het nieuwe kaartje niet overleggen. De heffingsambtenaar voerde aan dat geen geldig kaartje was aangetroffen en dat de verklaring over de parkeerwachter ongeloofwaardig was.
De rechtbank vond de verklaring van belanghebbende niet aannemelijk en oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij een bevoegde parkeerwachter had gesproken. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere niet-ontvankelijkheidsuitspraak, maar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Bezwaar terecht ontvankelijk verklaard maar ongegrond; naheffingsaanslag parkeerbelasting gehandhaafd.