ECLI:NL:RBMID:2012:BY3452
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitwinning borgstelling en betaling door borg na faillissement hoofdschuldenaar
De Rabobank verstrekte in 2007 financiering aan drie besloten vennootschappen, waaronder een geldlening van €650.000 aan de Beheermaatschappij. De borg stelde zich voor maximaal €150.000 garant voor de vorderingen van de Rabobank op de Beheermaatschappij. Na faillissement van de vennootschappen kon de Rabobank haar vorderingen niet volledig uit de zekerheden voldoen en sprak zij de borg aan.
De borg betwistte de hoogte van de opeisbare vordering en de zorgvuldigheid van de Rabobank bij de verkoop van verpande roerende zaken en onroerend goed. De rechtbank oordeelde dat de Rabobank zorgvuldig had gehandeld bij de uitwinning, onder meer door verkoop boven executiewaarde en overleg met de curator. De borg kon niet aantonen dat de opbrengsten significant hoger hadden kunnen zijn.
Verder was het niet redelijk te verwachten dat de Rabobank alle debiteurenvorderingen via procedures zou innen voordat zij de borg aansprak. De rechtbank veroordeelde de borg tot betaling van €150.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 november 2010, en veroordeelde de echtgenote van de borg om uitwinning van haar aandeel in de gemeenschap van goederen te gedogen.
De kosten van de procedure werden eveneens aan de borg opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2012.
Uitkomst: De borg wordt veroordeeld tot betaling van €150.000 met rente en de echtgenote moet uitwinning van haar aandeel in de gemeenschap van goederen gedogen.