ECLI:NL:RBMID:2012:BX2152
Rechtbank Middelburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Z., rechter bij de rechtbank Middelburg, wegens vermeende vooringenomenheid in een bestuursrechtelijke procedure. Het verzoek richtte zich ook op andere rechters, maar dit werd afgewezen omdat de wet niet toestaat een heel college te wraken.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de criteria uit artikel 8:15 en Pro 8:16 Awb, waarbij zowel de subjectieve als de objectieve toets werden toegepast. De behandeling van de zaak op 24 mei 2012 en eerdere betrokkenheid van mr. Z. bij procedures met verzoeker vormden de basis van het verzoek.
De rechtbank concludeerde dat het stellen van vragen door mr. Z. tijdens de zitting niet wijst op vooringenomenheid, maar op een normale procesvoering. Ook eerdere betrokkenheid bij procedures zonder het gewenste resultaat voor verzoeker is geen zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor een onbevooroordeelde beoordeling.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. De beslissing werd genomen door mr. N.J.C. van Spronssen, mr. S.M.J. van Dijk en mr. S. Kuypers op 22 juni 2012.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Z. is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.