ECLI:NL:RBMID:2011:BU6593
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erfgenaam uitgesloten wegens opzettelijk veroorzaken dood echtgenoot
De erven van een vrouw die door haar echtgenoot van het leven is beroofd, vorderen een verklaring voor recht dat deze echtgenoot geen aanspraak toekomt op haar nalatenschap. De echtgenoot pleegde zelfmoord terwijl hij in voorlopige hechtenis zat in afwachting van het strafproces tegen hem.
De erven stellen dat toepassing van de wettelijke erfopvolging een onaanvaardbaar resultaat oplevert, omdat de echtgenoot door eerst zijn vrouw en daarna zichzelf van het leven te beroven, bewerkstelligt dat haar vermogen toekomt aan zijn erfgenamen. De rechtbank oordeelt dat vererving door een erfgenaam in dit geval zo stuitend is dat het onaanvaardbaar is voor het rechtsgevoel om hem als erfgenaam toe te laten.
De rechtbank baseert zich op de gedeponeerde processen-verbaal waaruit blijkt dat de echtgenoot de dood van zijn vrouw opzettelijk heeft veroorzaakt. Ook het algemene rechtsbeginsel dat men geen voordeel behoort te hebben van de opzettelijk veroorzaakte dood van een ander, ondersteunt deze conclusie.
De rechtbank wijst de vordering van de erven van de echtgenoot af die stelden dat zij huurinkomsten ontvingen uit een woning en veroordeelt hen in de proceskosten. De kosten van de procedure worden verdeeld conform de toevoeging van de eisers.
Het vonnis bepaalt dat de echtgenoot geen aanspraak maakt op de nalatenschap van zijn vrouw en dat haar nalatenschap geen deel uitmaakt van zijn nalatenschap.
Uitkomst: De echtgenoot die zijn vrouw opzettelijk heeft gedood, wordt uitgesloten als erfgenaam van haar nalatenschap.