ECLI:NL:RBMID:2011:BU4305
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Loonvordering wegens betwiste arbeidsongeschiktheid en verstoorde arbeidsverhouding
Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die zonder tegenspraak werd voortgezet. Eiser meldde zich ziek en gaf aan arbeidsongeschikt te zijn, maar de bedrijfsarts en het deskundigenoordeel van het UWV stelden dat eiser vanaf 1 juni 2011 medisch geschikt was om te werken. Gedaagde stopte daarom de loonbetaling vanaf 14 juni 2011.
Eiser vorderde in kort geding betaling van loon vanaf 14 juni 2011 tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat eiser in de periode 14 juni tot 26 juli 2011 arbeidsongeschikt was als gevolg van ziekte. Ook werd geen situatieve arbeidsongeschiktheid aangenomen, omdat geen professionele beoordeling bestond waaruit bleek dat werkhervatting vrijwel onmiddellijk tot significante medische beperkingen zou leiden.
De arbeidsverhouding was ernstig verstoord en eiser stelde dat er sprake was van pesterijen door gedaagde, maar dit was onvoldoende concreet onderbouwd. Gedaagde erkende loon verschuldigd vanaf 26 juli 2011 en betaalde dit kort voor de zitting, hetgeen niet werd betwist door eiser. De loonvordering werd daarom toegewezen vanaf 26 juli 2011 tot het einde van de arbeidsovereenkomst.
De rechtbank wees de vordering tot wettelijke verhoging wegens vertraagde betaling grotendeels af, omdat de opbouw van die verhoging nog niet het maximum had bereikt en niet aannemelijk was dat gedaagde tijdig op de hoogte was van de bijkomende gezondheidsproblemen. De wettelijke rente werd wel toegewezen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Loonvordering toegewezen vanaf 26 juli 2011 tot einde arbeidsovereenkomst, overige vorderingen afgewezen.