ECLI:NL:RBMID:2011:BR1104
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens onvoldoende bewijs arbeidsgeschiktheid na 104 weken ziekte
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer nadat de 104 weken loondoorbetaling op grond van artikel 7:629 BW Pro waren verstreken. De werknemer baseerde zijn vordering op artikel 7:628 BW Pro, dat arbeidsgeschiktheid veronderstelt. De kantonrechter stelde dat de werknemer de bewijslast draagt om aan te tonen dat hij in staat was de bedongen arbeid te verrichten na het verstrijken van de loondoorbetalingsperiode.
De werknemer leverde medische verklaringen en een schriftelijke verklaring van een ex-collega aan, maar deze waren onvoldoende concreet om zijn arbeidsgeschiktheid te bewijzen. Het deskundigenoordeel van het UWV was niet concludent en de werknemer leverde geen bewijs dat hij niet was ontzien bij zijn werkzaamheden in de voorgaande jaren. De werkgever had na het verstrijken van de 104 weken geen verplichting meer tot loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever terecht de werknemer weigerde tewerk te stellen en dat de loonvordering daarom niet toewijsbaar was. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.J.M. Klarenbeek en uitgesproken op 20 april 2011.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van arbeidsgeschiktheid na 104 weken ziekte.