ECLI:NL:RBMID:2011:BQ6476
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijk ontslag ondanks weigering nieuw contract na bedrijfseconomisch ontslag
De werknemer trad in 1988 in dienst als metselaar en meldde zich in februari 2009 ziek vanwege nekklachten, waarna een operatie volgde. De werkgever vroeg eind februari 2009 een vergunning aan bij het UWV voor het ontslag van 18 werknemers, waaronder de werknemer, om bedrijfseconomische redenen. Na toestemming werd het ontslag aangezegd met een verlengde opzegtermijn in verband met re-integratie.
Eind oktober 2009 bood de werkgever vier ontslagen werknemers, waaronder de werknemer, een nieuwe arbeidsovereenkomst aan onder de voorwaarde dat zij hun anciënniteit prijsgaven. De werknemer weigerde dit aanbod, waarna zijn arbeidsovereenkomst op 30 november 2009 eindigde. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de gevolgen voor hem, zijn lange dienstverband en leeftijd, en betwijfelde de reden van het ontslag.
De kantonrechter stelde vast dat de bedrijfseconomische noodzaak voldoende was onderbouwd en dat het aanbod van een nieuwe arbeidsovereenkomst de kennelijke onredelijkheid wegneemt. De werknemer had de nadelige gevolgen kunnen voorkomen door het aanbod te accepteren. Het ontslag werd daarom niet als kennelijk onredelijk beoordeeld en de vordering van de werknemer werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag wordt niet als kennelijk onredelijk beoordeeld en de vordering wordt afgewezen.