ECLI:NL:RBMID:2011:BQ2884
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ploeg-Hogervorst
- Haesen
- Van Unnik
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair feit en voorwaardelijke geldboete voor verkeersovertreding met dodelijk ongeval
Op 8 november 2010 vond op de Nieuwe Vlissingseweg te Middelburg een fataal verkeersongeval plaats waarbij een bestuurder van een personenauto in botsing kwam met een invalidenvoertuig, waarbij de bestuurder van het invalidenvoertuig om het leven kwam. Verdachte reed met de toegestane snelheid van 80 km/u, terwijl het invalidenvoertuig ongeveer 45 km/u reed. Door de weersomstandigheden en het feit dat de weg onverlicht was, zag verdachte het invalidenvoertuig niet tijdig.
De officier van justitie achtte het primair ten laste gelegde feit van roekeloosheid niet bewezen, maar stelde dat het subsidiair ten laste gelegde feit van het veroorzaken van gevaar op de weg wel wettig en overtuigend bewezen was. De verdediging voerde aan dat het niet zien van het invalidenvoertuig onvoldoende was voor aanmerkelijke onoplettendheid en wees op de onveilige verkeerssituatie door het grote snelheidsverschil.
De rechtbank volgde de verdediging en sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit. Wel werd het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen verklaard. Gezien de omstandigheden, het blanco strafblad van verdachte, de geringe verwijtbaarheid en de impact van het ongeval op alle betrokkenen, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke geldboete van € 500,- op met een proeftijd van twee jaar. Bij niet-betaling geldt een vervangende hechtenis van tien dagen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van roekeloosheid en veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 500,- voor het veroorzaken van gevaar op de weg.