ECLI:NL:RBMID:2011:BP8680
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over terugplaatsing en vergoeding tijdelijke huisvesting antiekhandelaar door gemeente
De exploitante van een antiekhandel vorderde van de gemeente Vlissingen dat zij werd teruggeplaatst in een pand aan de Spuistraat onder dezelfde voorwaarden als voorheen, namelijk om niet, en dat de gemeente een schadevergoeding betaalde wegens niet-nakoming. De gemeente had de exploitante tijdelijk gehuisvest in een ander pand en daarvoor een vergoeding betaald tot 1 januari 2010. De exploitante stelde dat de gemeente nalatig was en onvoldoende had gedaan om nieuwbouw te realiseren.
De rechtbank stelde vast dat onvoldoende bewijs was geleverd voor de afspraak dat de exploitante om niet en uiterlijk per 1 januari 2007 zou terugkeren naar het oorspronkelijke pand. Getuigenverklaringen ondersteunden deze afspraak niet. Ook was niet bewezen dat de gemeente haar inspanningsverplichting onvoldoende was nagekomen, aangezien de gemeente aannemelijk had gemaakt dat pogingen om een projectontwikkelaar te vinden vruchteloos waren.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente de vergoeding voor de tijdelijke huisvesting, die al zes jaar was betaald, niet langer hoefde voort te zetten omdat de nieuwbouwplannen niet doorgingen en de exploitante geen alternatief had aangedragen. De vorderingen van de exploitante werden afgewezen en de gemeente mocht de betaling van de vergoeding per 1 januari 2010 staken. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: Vordering exploitante afgewezen; gemeente mag vergoeding tijdelijke huisvesting per 1 januari 2010 staken.