ECLI:NL:RBMID:2011:BP8230

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
23 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
75818 / HA ZA 10-534
Instantie
Rechtbank Middelburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.1 Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedurele beslissing over onttrekking advocaat en aanhouding zaak

In deze civiele procedure heeft de advocaat van de gedaagde zich middels een rolbericht aan de rechtbank onttrokken van de zaak, waarbij hij aangaf niet in staat te zijn een conclusie van antwoord op te stellen. De eiseres verzocht daarop om vonnis te wijzen.

De rechtbank constateerde dat het rolbericht niet voldeed aan de vereisten van artikel 7.1 van het Landelijk procesreglement, omdat er geen bevestiging was dat de advocaat zijn cliënt had geïnformeerd over de gevolgen van de onttrekking. Daarom verwees de rechtbank de zaak terug naar de rolzitting om alsnog deze bevestiging te verkrijgen.

De rechtbank besloot vervolgens om verdere beslissingen aan te houden totdat de advocaat de benodigde informatie heeft verstrekt. Dit vonnis werd gewezen door rechter J.A.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2011.

De eiseres vordert tevens de vaststelling van de wijze van verdeling van huwelijksgoederengemeenschap en betaling van een restantbedrag, maar deze inhoudelijke vorderingen zijn in dit vonnis niet behandeld vanwege de procedurele aanhouding.

Uitkomst: De zaak wordt naar de rolzitting verwezen en verdere beslissing wordt aangehouden totdat de advocaat de vereiste bevestiging verstrekt.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK MIDDELBURG
" \* MERGEFORMAT
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 75818 / HA ZA 10-534
Vonnis van 23 februari 2011
in de zaak van
[eiseres],
wonende te Goes,
eiseres,
advocaat: mr. W.E. de Wit-de Witte te Goes,
tegen
[gedaagde],
wonende te Krabbendijke,
gedaagde,
advocaat: H. van Es te Middelburg (gedesisteerd).
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het rolbericht van mr. Van Es van 19 januari 2011.
De overwegingen
[eiseres] vordert bij vonnis, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad, de wijze van verdeling vast te stellen van de tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende zaken overeenkomstig het gestelde onder punt 14 en 15 van de dagvaarding, dan wel de wijze van verdeling zelf vast te stellen. Voorts vordert [eiseres] [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan haar van het nader in de dagvaarding gespecificeerde (restant)bedrag van
€ 21.429,17, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
2.2. Bij rolbericht van 19 januari 2011 heeft mr. Van Es de rechtbank medegedeeld zich
als advocaat van [gedaagde] aan de zaak te willen onttrekken. Hij heeft daaraan toegevoegd dat zijn cliënt hem niet in staat heeft gesteld een conclusie van antwoord op te maken. Vervolgens heeft [eiseres] op de rol van 16 februari 2011 gevraagd vonnis te wijzen.
2.3. Op grond van artikel 7.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele
dagvaardingszaken bij de rechtbanken geeft een advocaat die zich op een roldatum aan een zaak wil onttrekken daarvan bericht met een aan de rechtbank gericht (B-)formulier. Bij dat bericht bevestigt de advocaat dat hij zijn verplichting is nagekomen zijn opdrachtgever over de gevolgen van die onttrekking te informeren.
2.4. Het rolbericht van mr. Van Es bevat geen bevestiging als in overweging 2.3
bedoeld. De rechtbank zal de zaak daarom naar de rol verwijzen opdat mr. Van Es de rechtbank alsnog kan bevestigen dat hij zijn hiervoor omschreven verplichting is nagekomen.
2.5. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
De beslissing
De rechtbank
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 9 maart 2011 opdat mr. Van Es de rechtbank alsnog kan informeren als in de overwegingen 2.3 en 2.4 bedoeld;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. van den Boom en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2011.