ECLI:NL:RBMID:2011:BP5079
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beëindiging zorgovereenkomst en bewijs authenticiteit handtekening
Eiseres sloot op 1 december 2004 een zorgovereenkomst met gedaagde voor huishoudelijke verzorging. De overeenkomst zou per 1 juli 2005 zijn geëindigd vanwege stopzetting van de PGB-indicatie. Eiseres ontving aanslagen inkomstenbelasting over 2006 en 2007 en betwist dat zij in die jaren werkzaamheden heeft verricht of betalingen heeft ontvangen. Zij vordert een verklaring voor recht dat de overeenkomst is geëindigd en dat zij geen betalingen ontving in die jaren.
Gedaagde betwist de beëindiging en stelt dat eiseres na juli 2005 werkzaamheden verrichtte voor persoonlijke verzorging, met betalingen die correct zijn verantwoord. Tevens betwist zij de echtheid van de ondertekende beëindigingsverklaring. De rechtbank oordeelt dat eiseres belang heeft bij de verklaring voor recht, ook zonder direct geschil tussen partijen, vanwege de invloed op de belastinginvordering.
De rechtbank stelt dat bewijs geleverd moet worden over de authenticiteit van de betwiste handtekening, waarbij een deskundigenbericht het meest geschikt is. Eiseres draagt de bewijslast en zal een voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek moeten betalen. Verdere beslissingen worden aangehouden tot na bewijslevering.
Uitkomst: Rechtbank wijst belang toe aan eiseres en staat bewijslevering toe over authenticiteit handtekening, verdere beslissing aangehouden.