ECLI:NL:RBMID:2010:BU1260
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag bij sterfhuisconstructie en toekenning kantonrechtersformule
De werknemer trad in 2003 in dienst bij een onderneming die later haar activiteiten in een aparte vennootschap onderbracht (sterfhuisconstructie) en deze vennootschap verkocht aan een nieuwe aandeelhouder. Door onverwachte omzetdaling en het wegvallen van grote klanten werd de werknemer in 2009 ontslagen op bedrijfseconomische gronden.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de oorspronkelijke onderneming (oprichter) en de nieuwe aandeelhouder tekortgeschoten waren door geen financiële voorziening te treffen voor het personeel dat in de sterfhuisconstructie zou moeten afvloeien. De rechtbank oordeelde dat deze tekortkoming aan de werkgever kon worden toegerekend.
Hoewel de werkgever aannemelijk maakte dat de bedrijfseconomische redenen niet vals waren, werd het ontslag alsnog kennelijk onredelijk geacht vanwege het ontbreken van een passende voorziening en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, waaronder zijn leeftijd en een progressieve spierziekte.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe op basis van de neutrale kantonrechtersformule, omdat een passende financiële voorziening waarschijnlijk op die formule zou zijn gebaseerd. Een immateriële schadevergoeding werd niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Ontslag werd kennelijk onredelijk geoordeeld en werknemer kreeg een schadevergoeding van €29.681,88 bruto volgens de kantonrechtersformule.