ECLI:NL:RBMID:2010:BR4323
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling jeugdige na familiedrama en huiselijk geweld
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een ondertoezichtstelling van een jeugdige die geconfronteerd is met langdurige traumatiserende gebeurtenissen door huiselijk geweld, wat resulteerde in een familiedrama in maart 2010. De jeugdige verblijft bij zijn moeder, die het gezag heeft. Na aanvullende rapportages en het horen van betrokken hulpverleners bleek dat het gedrag van de jeugdige niet extreem is veranderd en dat hij goed functioneert op school.
De Raad stelde dat de opvoedingssituatie momenteel onvoldoende tegemoetkomt aan de behoeften van de jeugdige en dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is, vooral omdat de hulp van de jeugdreclassering zou eindigen. De moeder en de jeugdige verzetten zich tegen het verzoek en benadrukten dat de hulpverlening na het drama op gang is gekomen en dat er positieve ontwikkelingen zijn, zoals het nakomen van afspraken en een betere relatie.
De kinderrechter heeft de aanvullende rapportages van de hulpverleners meegewogen, die een verbeterde situatie en een stabiele opvoedingssituatie signaleren zonder grensoverschrijdend gedrag. De rechter concludeerde dat de wettelijke grondslag voor ondertoezichtstelling ontbreekt, omdat niet is aangetoond dat vrijwillige hulpverlening heeft gefaald of zal falen. Ook werd overwogen dat een ondertoezichtstelling mogelijk de positieve ontwikkelingen zou bedreigen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en besloot dat de bestaande vrijwillige hulpverlening voorlopig afdoende is, met bereidheid tot extra hulp indien nodig. De uitspraak werd gedaan op 14 oktober 2010 door kinderrechter S. Kuypers te Middelburg.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de jeugdige wordt afgewezen wegens het ontbreken van de wettelijke grondslag en positieve ontwikkelingen.