ECLI:NL:RBMID:2010:BR4230
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verhaal van herstel- en proceskosten op aannemer door Stichting Garantie Instituut Woningbouw
De Stichting Garantie Instituut Woningbouw (GIW) stelde een arbitrale procedure in tegen aannemer Stegink vanwege gebreken aan een appartementencomplex in Vlissingen, waarbij Stegink werd veroordeeld tot herstel van gevelopeningen. Stegink kwam niet tijdig aan deze verplichting tegemoet, waarna Woningborg, als opvolger van GIW, de herstelwerkzaamheden liet uitvoeren en de kosten daarop bij Stegink in rekening bracht.
Woningborg vorderde betaling van herstelkosten, arbitrale proceskosten, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Stegink betwistte haar aansprakelijkheid en de hoogte van de kosten, onder meer door te stellen dat zij niet gebonden was aan de GIW-regeling en dat Woningborg geen lastgeving had. De rechtbank oordeelde dat Stegink zich door inschrijving bij het LGW en GIW had verbonden aan de GIW Garantie- en Waarborgregeling, dat Woningborg gerechtigd was de vordering in te stellen vanwege portefeuilleoverdracht, en dat Stegink nalatig was geweest in het uitvoeren van het arbitrale vonnis.
De rechtbank wees de vordering toe, met een beperking van de herstelkosten wegens onvoldoende onderbouwing van bepaalde posten, en veroordeelde Stegink tot betaling van € 13.229,93 plus wettelijke rente vanaf 23 augustus 2006, proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Stegink wordt veroordeeld tot betaling van herstel- en proceskosten aan Woningborg, vermeerderd met wettelijke rente.