ECLI:NL:RBMID:2010:BR4083
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zekerheidsstelling bij verzet tegen verstekvonnis inzake betaling en schuldbekentenis
In deze civiele procedure vordert de eiser in het incident dat aan het verstekvonnis van 19 augustus 2009, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de voorwaarde tot zekerheidsstelling wordt verbonden vanwege een groot restitutierisico bij de verweerder. De verweerder biedt geen verhaal en is permanent naar Turkije vertrokken, terwijl de eiser wel verhaal biedt.
De hoofdzaak betreft een vordering tot betaling van een bedrag van € 19.000,00 op grond van een schuldbekentenis, die de eiser betwist en waarvan hij stelt dat deze vervalst is. De rechtbank oordeelt dat de verweerder zijn stelling moet bewijzen en dat de ingebrachte kopie van de schuldbekentenis geen dwingend bewijs vormt. Daarom wordt de verweerder toegelaten tot bewijslevering, onder meer door middel van een deskundigenbericht.
De rechtbank weegt de belangen van partijen en acht de vordering tot zekerheidsstelling toewijsbaar. De keuze van de wijze van zekerheidsstelling wordt aan de verweerder overgelaten, mits deze voldoet aan de eisen van artikel 6:51 BW Pro. De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere procedurele afhandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot zekerheidsstelling toe en staat bewijslevering toe over de vermeende vervalsing van de schuldbekentenis.