ECLI:NL:RBMID:2010:BN9870
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kredietrelatie door bank rechtmatig bevonden ondanks geschil over borgstelling en zekerheden
De zaak betreft een geschil tussen ING Bank en een borg die zich persoonlijk had verbonden voor de kredietnemers onder een kredietovereenkomst. ING had de kredietrelatie beëindigd wegens zorgen over de continuïteit van de onderneming en het niet nakomen van afspraken door de kredietnemers, waaronder de verkoop van een bedrijfsvestiging zonder overleg.
De borg stelde dat ING onrechtmatig had gehandeld door de overeenkomst op te zeggen en de zekerheden uit te winnen, en vorderde schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat ING gerechtigd was de overeenkomst op te zeggen, dat de opzegging proportioneel en subsidiair was, en dat de borg terecht werd aangesproken voor het borgstellingsbedrag.
De rechtbank wees de vordering van de borg af wegens onvoldoende bewijs van wanprestatie of onrechtmatig handelen door ING. Daarnaast werden de gevorderde proceskosten deels toegewezen aan ING. Het vonnis werd uitgesproken door mr. J.A. van Voorthuizen op 22 september 2010.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat ING de kredietrelatie rechtmatig heeft beëindigd en veroordeelt de borg tot betaling van het borgstellingsbedrag met rente en kosten.