ECLI:NL:RBMID:2010:BN4366
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Loonvordering afgewezen wegens niet-arbeidsongeschiktheid en onrechtmatige loonopschorting
De werknemer trad in mei 2007 in dienst bij de werkgever als thuishulp met een contract van één jaar, verlengd met zes maanden. In juni 2008 reisde zij naar Egypte en meldde zich ziek met hepatitis-A, maar kon dit niet met een geldige medische verklaring onderbouwen. De werkgever meldde haar met terugwerkende kracht ziek vanaf 1 juli 2008 en verleende aanvankelijk begrip en hulp.
De werknemer keerde niet tijdig terug en verscheen niet bij de bedrijfsarts, waarna de werkgever de loonbetaling per 11 augustus 2008 opschortte wegens overtreding van het verzuimbeleid. De werknemer meldde zich pas weer op 13 oktober 2008, waarna zij tot 20 november 2008 werkte. De werkgever verrekende het loon over deze periode met vermeend teveel genoten verlofuren.
De werknemer vorderde loonbetaling over de periode van 11 augustus tot 20 november 2008, niet-genoten vakantie-uren, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en immateriële schadevergoeding. De kantonrechter oordeelde dat de ziekte niet was bewezen, dat de periode van 6 tot 30 juni 2008 vakantie was, en dat de loonbetaling terecht was gestaakt. De werkgever had echter verwijtbaar gehandeld door werknemer te laten werken zonder vooraf te melden dat loon niet zou worden betaald. De vordering tot immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het resterende bruto loon en wettelijke verhoging, met wettelijke rente, en wees verdere vorderingen af. De proceskosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Werkgever moet €2.496,73 bruto loon en €1.248,36 wettelijke verhoging betalen, overige vorderingen afgewezen.