ECLI:NL:RBMID:2010:BN3577
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Nomes
- Vos
- Haesen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarigen
De rechtbank Middelburg behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers. De tenlastelegging omvatte onder meer dwang tot seksuele handelingen en ontuchtige handelingen met minderjarigen tussen twaalf en zestien jaar.
De rechtbank beoordeelde het bewijs, waaronder aangiften, verklaringen van getuigen die informatie slechts van horen zeggen hadden, en MSN-berichten tussen verdachte en een slachtoffer. De verklaringen van getuigen werden als onvoldoende zelfstandig bewijs beoordeeld, mede door het tijdsverloop tussen de feiten en de verklaringen. De MSN-berichten waren vaag en boden geen overtuigend bewijs van schuld.
Ten aanzien van het tweede slachtoffer oordeelde de rechtbank dat ondanks dat seksuele handelingen hadden plaatsgevonden, deze met instemming waren verricht binnen een affectieve relatie en met een gering leeftijdsverschil, waardoor het ontuchtige karakter ontbrak.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde zedendelicten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.