ECLI:NL:RBMID:2010:BN0728
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Dijkman
- W.M.P. van Alphen
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetalingsverplichting werkgever bij arbeidsovereenkomst onder Pools recht en toepassing artikel 7:668a BW
De zaak betreft een werknemer van Poolse nationaliteit die onder een arbeidsovereenkomst naar Pools recht is tewerkgesteld aan boord van een schip varend onder Nederlandse vlag. De werknemer meldde zich ziek en vroeg een uitkering op grond van de Ziektewet aan, welke door het UWV werd afgewezen omdat de werkgever verplicht is tot loondoorbetaling.
De werkgever voerde aan dat op grond van de rechtskeuze voor Pools recht en de Poolse wetgeving de arbeidsovereenkomst automatisch eindigde, waardoor de werknemer recht zou hebben op ziekengeld. De rechtbank oordeelde echter dat het Europese Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO) van toepassing is en dat artikel 6 EVO Pro de werknemer beschermt tegen verlies van rechten die hij onder het Nederlandse recht zou hebben gehad.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsovereenkomst het nauwst verbonden is met Nederland en dat artikel 7:668a BW, dat bepaalt dat opeenvolgende tijdelijke contracten na 36 maanden als een contract voor onbepaalde tijd gelden, van toepassing is. Hierdoor blijft de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bestaan en bestaat geen recht op ziekengeld. Het beroep van de werkgever werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de werkgever gehouden is tot loondoorbetaling en geen recht op ziekengeld bestaat.