ECLI:NL:RBMID:2010:BM8189
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst geweigerd ondanks twijfel over arbeidsongeval en ontslag op staande voet
Werknemer [partij B] stelt een arbeidsongeval te hebben gehad waarbij hij voetletsel opliep. Diverse data en toedrachten van het ongeval werden door hem genoemd, wat leidde tot twijfel bij werkgever [partij A]. Een expertisebureau concludeerde dat de door werknemer geschetste toedracht aantoonbaar onjuist was en dat het ongeval waarschijnlijk niet heeft plaatsgevonden zoals beschreven.
Naar aanleiding hiervan werd werknemer op staande voet ontslagen wegens het schenden van het vertrouwen door het indienen van onjuiste verklaringen. Werknemer protesteerde tegen het ontslag en schakelde de Arbeidsinspectie in. Werkgever verzocht vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van dezelfde dringende redenen als het ontslag op staande voet.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek tot ontbinding niet toewijsbaar is, omdat het ontslag op staande voet vermoedelijk geen stand zal houden en de beoordeling van de geldigheid van het ontslag aan de bodemrechter is. Ook het subsidiaire verzoek tot ontbinding wegens veranderde omstandigheden wordt afgewezen, omdat onvoldoende feiten zijn gesteld die een onmiddellijke beëindiging rechtvaardigen.
De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt werkgever in de proceskosten. De arbeidsongeschiktheid van werknemer wordt niet betwist, maar speelt geen rol in de beoordeling van het ontbindingsverzoek.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wordt afgewezen; werkgever veroordeeld in proceskosten.