ECLI:NL:RBMID:2009:BL0851
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens niet-toepassing CAO en flexibele arbeidsomvang
De kantonrechter behandelt een loonvordering van een verkoopster die sinds 1991 bij de werkgever in dienst was. Zij vorderde achterstallig CAO-loon over 2002-2008, vermeerderd met wettelijke verhoging, achterstallige vakantierechten en kosten. De werknemer stelde dat zij structureel meer uren werkte dan overeengekomen en dat de CAO Gebra van toepassing was.
De werkgever betwistte de vordering, stelde dat het dienstverband een oproepovereenkomst betrof waarbij de werknemer oproepen kon weigeren, en dat de werknemer niet bereid of beschikbaar was meer uren te werken. Ook werd aangevoerd dat de CAO niet van toepassing was buiten de periodes waarin deze algemeen verbindend was verklaard, en dat reeds nabetalingen hadden plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat er tot 1 januari 2007 geen vaste omvang van het dienstverband was en dat sprake was van een oproepovereenkomst. Artikel 7:610b BW was daarom niet van toepassing. De vordering tot vaststelling van een hogere arbeidsomvang werd afgewezen wegens strijd met redelijkheid en billijkheid. Ook de loonvordering werd afgewezen omdat de CAO niet van toepassing was buiten de algemeen bindende periodes en de werknemer geen recht had op loon over meer uren dan feitelijk gewerkt.
De vorderingen tot betaling van vakantiegeld en vakantierechten werden eveneens afgewezen omdat deze gebaseerd waren op een vaste arbeidsomvang die niet bestond. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering en vorderingen op vakantierechten worden afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.