ECLI:NL:RBMID:2009:BK9816
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake verrekeningsbeding in notariële akte verdeling grond
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een verrekeningsbeding in een notariële akte van verdeling centraal. De akte betrof vier percelen grond, verdeeld tussen de maatschap van gedaagde 1 en de vader van partijen. Eisers leverden tegenbewijs tegen passages in de akte, met name over een termijn van tien jaar en voorwaarden rond vervreemding.
Getuigenverklaringen toonden aan dat op een familiebijeenkomst in september 1996 afspraken waren gemaakt over de verdeling en verrekening, maar dat specifieke voorwaarden zoals een termijn van tien jaar niet expliciet waren besproken. De rechtbank oordeelde dat het tegenbewijs onvoldoende was om de akte te ontzenuwen en dat het verrekeningsbeding geldig was.
De verkoop van de grond aan de gemeente vond plaats na het verstrijken van de termijn van tien jaar, waardoor het beding niet meer van toepassing was. De vorderingen van eisers werden daarom afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. De vordering van gedaagde 1 tegen de notaris in vrijwaring werd eveneens afgewezen.
De rechtbank bevestigde dat de notariële akte de partijbedoelingen voldoende weerspiegelde en dat er geen grond was om het beding anders uit te leggen of op grond van redelijkheid en billijkheid af te wijken. Het vonnis werd gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en op 16 december 2009 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en bevestigt de geldigheid van het verrekeningsbeding in de notariële akte.