ECLI:NL:RBMID:2009:BK9718
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling van opeisbare facturen uit franchiseovereenkomst tussen franchisenemer en franchisegever
In deze zaak vorderde eiser, een franchisenemer, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, betaling van opeisbare facturen van in totaal € 64.519,79 van de franchisegever, BTSW Groep B.V. en BTSW Consultancy B.V. Eiser stelde dat hij recht had op deze vergoeding op basis van artikel 10 van de franchiseovereenkomst, waarin was bepaald dat hij recht had op een provisie voor door hem verworven opdrachten. Ondanks meerdere sommaties weigerde BTSW tot betaling over te gaan, wat eiser noopte tot het starten van een kort geding. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering van eiser tot een bedrag van € 23.960,93 voldoende aannemelijk was, aangezien BTSW dit bedrag erkende. Het overige deel van de vordering werd afgewezen, omdat dit gebaseerd was op facturen die door BTSW werden betwist en waarvoor nader onderzoek nodig was. De rechtbank oordeelde dat de vordering in reconventie van BTSW, die onder andere een bedrag van € 19.630,32 vorderde, niet gemotiveerd was betwist door eiser en dus voldoende aannemelijk was. Uiteindelijk werd de vordering van eiser tot betaling van € 4.330,61 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente, en werden de overige vorderingen afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten droeg.