ECLI:NL:RBMID:2009:BK2787
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Nakoming financieringsovereenkomst en toetsing opzegging krediet door Rabobank
In deze zaak vordert eiser nakoming van financieringsovereenkomsten door Rabobank nadat deze de kredietrelatie mondeling en schriftelijk had opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden. Eiser had een bedrijfsterrein, bedrijfspand en woonhuis aangekocht en financiering ontvangen van in totaal €780.000,-- met zekerheden in de vorm van hypotheek en pandrecht.
De rechtbank toetst of Rabobank haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden en of de opzegging voldoet aan proportionaliteit en subsidiariteit. De bank is in beginsel bevoegd kredietovereenkomsten op te zeggen, maar dient daarbij redelijkheid en billijkheid in acht te nemen. De voorzieningenrechter oordeelt dat Rabobank niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld, mede omdat eiser geen tekortkoming toerekenbaar is, voldoende zekerheden zijn gesteld, omzet sinds juli stijgt en een reddingsplan met schuldeisers bestaat. Uitwinning van zekerheden zou leiden tot bedrijfsbeëindiging.
De vorderingen tot verbod op hernieuwde opzegging, verbod op uitwinning van zekerheden en tot herfinanciering worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of onmogelijkheid tot algemeen verbod. Ook de vordering tot vrijgave van verkoopopbrengst van verpande scheepsartikelen wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van dwaling of afspraken. De proceskosten worden gecompenseerd. De Rabobank wordt veroordeeld tot nakoming van de financieringsovereenkomsten onder dwangsom.
Uitkomst: Rabobank wordt veroordeeld tot nakoming van de financieringsovereenkomsten onder dwangsom, overige vorderingen worden afgewezen.