ECLI:NL:RBMID:2009:BH9349
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na verkeersongeval wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser raakte op 3 december 1999 betrokken bij een verkeersongeval als inzittende van een auto bestuurd door gedaagde, waarbij hij een fractuur van de derde lendewervel opliep. De verzekeraar van de auto, Aegon Schadeverzekering N.V., erkende in 2001 de aansprakelijkheid voor de schade die rechtstreeks uit het ongeval voortvloeide en betaalde een bedrag van €31.338,49 aan eiser.
Partijen lieten diverse deskundigenonderzoeken uitvoeren, waaronder een orthopedisch rapport en een arbeidsdeskundig rapport, die uiteenlopende beperkingenpatronen en conclusies bevatten. Eiser vorderde een aanvullende schadevergoeding van €165.087,98, inclusief pensioenschade, kosten huishoudelijke hulp, verlies van zelfwerkzaamheid, verbouwingskosten, smartengeld en buitengerechtelijke kosten.
Gedaagde betwistte de omvang van de schade en verzocht om inzage in het volledige medische dossier van eiser, hetgeen door de rechtbank niet noodzakelijk werd geacht omdat gedaagde reeds volledig aan haar schadevergoedingsplicht had voldaan. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende gemotiveerd had onderbouwd waarom zijn subjectieve klachten en schade hoger zouden zijn dan vastgesteld in de deskundigenrapporten.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs en legde vast dat de reeds betaalde vergoeding door Aegon de schade volledig dekt. De proceskosten werden aangehouden voor nader te bepalen vaststelling, waarbij reeds een voorlopig bedrag voor advocatenkosten werd vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevordering af wegens onvoldoende onderbouwing en acht de reeds betaalde vergoeding door de verzekeraar voldoende.