ECLI:NL:RBMID:2008:BI1495
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring van geldlening binnen familieverhouding
Op 26 november 1965 verkochten ouders een hotel met woonhuis aan hun zoon, waarbij een deel van de koopsom werd omgezet in een geldlening zonder aflossingstermijn. Na aflossingen tot 1980 resteerde in 1987 nog een schuld van fl. 28.225 plus 6% samengestelde rente. Na het overlijden van de zoon, die gehuwd was in gemeenschap van goederen, gingen zijn erfgenamen over tot de nalatenschap, waarbij de kinderen de nalatenschap verwierpen.
Eiseres vorderde betaling van het restantbedrag vermeerderd met rente, stellende dat zij de vordering pas in 2002 opeiste vanwege familieomstandigheden en zorg voor haar zieke broer. Gedaagde voerde verjaring aan, stellende dat de lening eind mei 1981 opeisbaar was en de verjaringstermijn van 20 jaar in mei 2001 was verstreken zonder stuiting.
De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn was ingetreden en dat eiseres geen tijdige stuiting had verricht. Hoewel de rechtbank begrip had voor de bijzondere familieomstandigheden, vond zij dat het uitbrengen van een stuitinghandeling niet onredelijk was. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en veroordeelt eiseres in de proceskosten.