ECLI:NL:RBMID:2008:BH4143

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
1 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 08/69
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.C.M. Reinarz
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 227 GemeentewetArt. 3 Verordening reclamebelasting MiddelburgArt. 1 WegenwetArt. 4 WegenwetAfdeling 8.2.6 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen reclamebelasting voor banieren op binnenplaats met bestemming tuinen

De gemeente Middelburg legde aan eiser een aanslag reclamebelasting op voor drie vlaggen (banieren) aan de gevel van zijn winkel op een binnenplaats. De binnenplaats heeft volgens de bestemmingsplankaart de bestemming 'Tuinen' en is omgeven door bebouwing, met gecontroleerde toegang via een overdekte sluis en deuren die buiten openingstijden gesloten zijn.

Eiser betoogde dat de binnenplaats geen openbare weg is, omdat deze niet vrij toegankelijk is voor het publiek en de toegang kan worden afgesloten. Verweerder stelde dat de binnenplaats als openbare weg moet worden beschouwd, verwijzend naar jurisprudentie en de Wegenwet, omdat de winkels tijdens openingstijden voor iedereen toegankelijk zijn.

De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de binnenplaats als openbare weg is aan te merken volgens artikel 4 van Pro de Wegenwet. Bovendien zijn de banieren niet zichtbaar vanaf een openbare weg. Daarom is niet voldaan aan het belastbare feit voor reclamebelasting zoals omschreven in artikel 227 van Pro de Gemeentewet en de Verordening reclamebelasting.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en de aanslag, en bepaalde dat de gemeente het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden.

Uitkomst: De aanslag reclamebelasting voor de banieren op de binnenplaats wordt vernietigd omdat de binnenplaats geen openbare weg is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG
Sector bestuursrecht, enkelvoudige
belastingkamer
Procedurenummer: AWB 08/69
Uitspraakdatum:
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
(naam) te (woonplaats), eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Middelburg, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2007 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) reclamebelasting opgelegd ten bedrage van € 174,07 met dagtekening 31 oktober 2007.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 december 2007 de aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen bij brief van 14 januari 2008 beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 mei 2008 te Middelburg. Eiser is daarbij verschenen. Verweerder is verschenen, bijgestaan door J. Coolbergen-Cortie. Ter zitting is het onderzoek gesloten.
Bij uitspraak van 6 juni 2008 heeft de rechtbank het onderzoek heropend. Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder foto’s van de reclameaanduidingen en een bestemmingsplankaart van de binnenplaats overgelegd. Eiser is in de gelegenheid gesteld naar aanleiding van de stukken te reageren. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank bepaald dat een nadere zitting achterwege kon blijven. Het onderzoek is op 16 oktober 2008 gesloten.
2. Feiten
De raad van de gemeente Middelburg heeft op 7 november 2005 de Verordening reclamebelasting 2006 (de Verordening) vastgesteld. De bijbehorende tarieventabel is met ingang van 1 januari 2007 gewijzigd. .
Eiser exploiteert een winkel op de binnenplaats van de (adres) te (naam). Aan de gevel van het pand, gesitueerd op de binnenplaats, hangt een drietal vlaggen (banieren) met daarop vermeld “[naam]” Ter zake hiervan is de aanslag opgelegd. Volgens de bestemmingsplankaart heeft de binnenplaats de bestemming “Tuinen”.
3. Geschil
In geschil is of de banieren zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
Eiser stelt zich in beroep op het standpunt dat de binnenplaats geen openbare weg is. Het complex waar eisers winkel zich in bevindt was vroeger een Hofje met woningen en de binnenplaats was een tuin. Deze is door de huidige verhuurder bestraat. Via het, rondom de binnenplaats, gelegen gebouw kom je door een overdekte sluis met twee maal dubbele deuren op de binnenplaats. Eiser en de overige winkeliers kunnen de toegang tot de binnenplaats zelf afsluiten of openen en personen wel of niet toelaten. Bij de ingang wordt door de baliemedewerkers toezicht gehouden wie er binnenkomt. Fietsers of bromfietsers worden niet toegelaten en voertuigen kunnen de binnenplaats niet bereiken. ’s Avonds en buiten openingstijden van de winkels zijn de deuren gesloten.
Volgens verweerder is van een openbare aankondiging sprake wanneer met een bepaalde aanduiding wordt beoogd de aandacht van het publiek te vestigen op een onderneming en de door die onderneming aangeboden diensten of producten. Op grond van de Verordening is degene van wie, dan wel ten behoeve van wie, openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg worden aangetroffen, belastingplichtig. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de binnenplaats valt onder het begrip “openbare weg”. Op basis van jurisprudentie moet het begrip “openbare weg” worden uitgelegd naar de betekenis die daaraan wordt gegeven in de Wegenwet en verweerder verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Hoge Raad van 21 september 2001 (Belastingblad 2001, blz. 996). De winkels en het restaurant zijn, net als een winkelpromenade of een overdekt winkelcentrum, tijdens de openingstijden voor iedereen toegankelijk en het feit dat ze alleen via schuifdeuren te bereiken zijn en de toegang na sluitingstijd wordt afgesloten doet hier niet aan af..Volgens de bestemmingsplankaart heeft de binnenplaats de bestemming “Tuinen”, maar de feitelijke situatie is dat de binnenplaats is ingericht als plein.
4. Beoordeling van het geschil
Op grond van artikel 227 van Pro de Gemeentewet kan ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting worden geheven. Met de Verordening heeft de gemeente Middelburg van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
Volgens vaste rechtspraak (Hoge Raad, 30 maart 2007, kenmerk LJN: AX2154, vindplaats: www.rechtspraak.nl) wordt onder de term “Openbare aankondigingen” verstaan alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken van hetgeen wordt aangekondigd.
Voor het begrip openbare weg knoopt de rechtbank, zoals is beslist in HR 21 september 2001 nr. 35502 (BNB 2001/378), aan bij de definitie die daarvan wordt gegeven in de Wegenwet. Artikel 1 van Pro de Wegenwet luidt:
1. Deze wet is uitsluitend van toepassing op openbare wegen.
2. Onder wegen worden in deze wet mede verstaan:
I. voetpaden, rijwielpaden, jaagpaden, dreven, molenwegen, kerkwegen en andere verkeersbanen voor beperkt gebruik;
II. bruggen.
Artikel 4 van Pro de Wegenwet luidt:
1. Een weg is openbaar:
I. wanneer hij, na het tijdstip van dertig jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest:
II. wanneer hij, na het tijdstip van tien jaren vóór het in werking treden van deze wet,
gedurende tien achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest en
tevens gedurende dien tijd is onderhouden door het Rijk, eene provincie, eene
gemeente of een waterschap;
III. wanneer de rechthebbende daaraan de bestemming van openbaren weg heeft
gegeven.
De rechtbank heeft verweerder in het kader van de heropening van het onderzoek verzocht om gegevens te overleggen waaruit blijkt dat de binnenplaats de bestemming “openbare weg” heeft. Uit de door verweerder overgelegde bestemmingsplankaart blijkt het volgende. In 2001 is de bestemming van het hofje gewijzigd van “woningen” in “centrumgebied” met diverse gebruiksmogelijkheden (onder meer kantoren, winkels, horeca). Het middengedeelte heeft echter de bestemming “tuin” behouden. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de bedoelde binnenplaats op enigerlei wijze als bedoeld in artikel 4 van Pro de Wegenwet openbaar is geworden. Daarnaast is het, gelet op het feit dat de binnenplaats rondom bebouwd is, ook niet mogelijk dat de banieren vanaf de aan die bebouwing grenzende openbare weg, zichtbaar zijn. Aldus is, naar het oordeel van de rechtbank, niet voldaan aan de omschrijving van het belastbare feit als omschreven in artikel 227 van Pro de Gemeentewet en het hierop gebaseerde artikel 3 van Pro de Verordening. Er is dan ook geen sprake van een belastbaar feit in de zin van artikel 227 van Pro de Gemeentewet en de Verordening.
De conclusie van het voorgaande is dat verweerder de aanslag ten onrechte heeft opgelegd. Het beroep is gegrond.
5. Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
6. Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het besluit op bezwaar van 20 december 2007;
vernietigt de aanslag reclamebelasting van 31 oktober 2007 van € 174,07;
bepaalt dat de gemeente Middelburg aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 39,-- (negenendertig euro) vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan op 1 december 2008.
en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. R.C.M. Reinarz, in tegenwoordigheid van F.L. Blok, griffier.
Afschrift aangetekend
verzonden aan partijen op: 1 december 2008.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.